Pegg’s Panda

Toen ik vandaag mijn parkeervak in kwam rijden kwam mijn buurvrouw naar buiten. “Wat is dat nou? Dat is wel even wennen zeker zo’n Panda?”
Ik moest lachen want het was inderdaad erg wennen. Vanmiddag bracht ik mijn autootje naar de garage voor zijn grote beurt. Ik mocht kiezen of ik een Punto of een Panda wilde lenen. Ik rijd al vele jaren in een piepklein autootje dus in een Punto voelde ik me niet zo thuis, doe maar een Panda.

Pegg’s Panda

Nadat de meneer bij de garage mij zeker 10 keer beloofd had dat hij heel goed zou zorgen voor mijn autootje en dat absoluut de enige die er aan mocht komen monteur Herman was, liet ik hem met pijn in mijn hart wel achter. Tot morgen lief autootje. Ik zou hem het liefst helemaal nooit weg brengen maar met het oog op een razendsnel nieuw avontuur en een paar duizend extra kilometers binnen 48 uur moet hij echt in topconditie zijn.

Van de garage naar mijn huis is hooguit 3 km. Mijn eerste stop 100 m verderop betrof de Albert Heijn. Ik kom nooit bij de Albert Heijn want ten eerste kan ik het opritje niet op. En ten tweede durf ik Monster Black nergens te parkeren.
Tergend langzaam ging ik het stoepje op. Dat ging natuurlijk gemakkelijk maar zonder erbij na te denken deed ik het toch op mijn eigen voorzichtige wijze. Compleet afremmen en dan heel voorzichtig de koppeling op laten komen zodat de auto een beetje vooruit gaat het heuveltje op. Achter mij werd getoeterd want ik ging te langzaam. Na mijn avonturen bij de Albert Heijn en de voor mij tot op heden onbekende producten in mijn veel grotere kofferbak ging ik verder huiswaarts. Verschrikkelijk langzaam ook het stoepje weer af.

Er stonden mensen bij het zebrapad.
Ik liet ze keurig netjes oversteken en gaf een beetje gas terwijl ik mijn voet op de koppeling hield. Maar de sacherijnige voetgangers keken helemaal niet. “Dat is waar ook sufferd je rijdt in een Panda!”

Een beetje teleurgesteld trok ik langzaam op en reed richting de snelweg. Het verkeerslicht sprong op oranje. Ik besloot te stoppen want tja, ik reed in een Panda. Een beetje extra gas geven om het te halen voordat het licht rood zou worden had ik vast niet gehaald bedacht ik mij. Achter mij werd weer getoeterd, de kwibus in de veel grotere Opel vond dat ik het makkelijk had kunnen halen en dat hij er ook nog wel tussendoor had gekund. Ik gaf een beetje gas, maar meteen voelde ik weer die lichte teleurstelling. Het autootje waarin ik zat gromde niet naar de vent in de Opel. Een oorverdovende knal bleef al zeker uit! “Ach vent, ik kom jou nog wel eens tegen als mijn auto wel gevaarlijk naar je staat te grommen, eikel! “

Het verkeerslicht wordt groen en ik rijd de snelweg op. De oprit is ook meteen de afrit die ik hebben moet.
Op de snelweg stond file en het is altijd goed uitkijken want de mensen uit de file willen maar wat graag een stukje over de lange afrit meepikken om er vervolgens, even verder op weer tussen te kruipen. Doorgaans rijd ik in de tweede versnelling, maak 3500 toeren en laat dan even het gas los. Dat triggert de knallen. Zo weten uilskuikens en mafkezen die niet in de spiegel kijken dat er toch een auto aankomt. Vooral grote auto’s hebben nog wel eens de neiging om voor zo’n kleine 500 te willen kruipen. Maar mijn autootje wil nog wel eens wat sneller anticiperen dan een Fiat 500.
ik ben het zo gewend die regen van knallen en het constante gebrul dat ik er een sport van gemaakt heb. Dat is een tweede natuur, een foute gewoonte die ik mijzelf in die Panda niet kon afleren. Ik keek naar het toerental… eh… waar eh…. ook al weer? Verhip! Laat maar! Je rijdt in een Panda! Er komen geen knallen. Achter mij toeterde iemand, op die filevrije afrit reed ik minder hard dan de toegestane 50…

Ik steek de rotonde onder aan de afrit over en ga onder de A16 door. Leuk laag breed viaduct. Maar niet als je in een Panda rijdt. Want, ook hier de gewoonte…, geen knal.
Vanaf de linkerbaan duwt een idioot in een Peugeot mij bijna van de rechterbaan af.
op het allerlaatste moment zag hij dat er file stond op de weg het centrum in. Hij wilde nog even afslaan. Normaal gesproken zou ik dan even gas geven en flink knallen, reutelen en rochelen! Maar ja…

Twee minuten later kom ik thuis, ik parkeerde het kleine witte autootje geruisloos in het parkeervak. Die ene buurvrouw kwam naar buiten twee andere buren stonden voor het raam en wezen lachend.
Terwijl die ene nog zijn raam open deed en vroeg of mijn autootje soms kapot was, lachte ik: “Nee jongens, hij moet een beurt hebben. Geniet er maar van want overmorgen worden jullie gewoon weer om 7:00 uur wakker!

print
Klik hieronder op de f om op Fb te delen
Winkelmandje
There are no products in the cart!
Subtotal
0,00
Total
0,00
0