Pegg parkeert

Pegg en het speknekzwijn

Dus ik moest even naar het tuincentrum. Het was er druk. Ik ben al niet zo’n fan van de te kleine parkeerplekken bij drukte, dus ik parkeer altijd direct bij entree, zo ver mogelijk van de deur.

Ik kom het parkeerterrein opgereden met een grote witte Mercedes in mijn kielzog. Druk, heel erg druk. Maar exact bij de neus van mijn autootje gaat er een enorme SUV weg. Ik geef aan dat ik iets achteruit wil om de man in de SUV netjes uit te laten rijden. Maar in de Mercedes achter me weigerde de bestuurder mee te werken. Ik steek mijn hoofd uit het raam en vraag of de bestuurder even een heel klein stukje achteruit kan rijden. In de auto zat een lelijk mannetje welke ik zou classificeren als een typische ‘bockwurst und bier’ gast met Russische connecties… zo eentje… snap je? Zo’n enge speknek met van die vadsig half dichtgeknepen oogjes. Met haar dat vroeger vaker slechts aan een kant wilde groeien en met een stapel vet over het hoofd naar de andere kant gesmeerd wordt om de glimmende hoofdhuid nog iets te bedekken. Zo eentje…

De speknek lacht geniepig, blaast een wolkje stinksigaar door de juist geopende 2 centimeter van zijn raam en zegt: “Je kunt ook zelf even doorrijden wijffie!”

Wijffie? Zei hij nou wijffie. “Oké speknek, dan niet.”, denk ik. Ik zeg tegen de meneer in de SUV dat de speknek niet achteruit wil rijden en dat hij hier zelf graag wil parkeren. Maar dat ik eigenlijk voornemens was datzelfde te doen. De man in de SUV lacht en zegt dat het hem met wat geharrewar wel gaat lukken. Na enig heen en weer bewegen, waarbij ik echt niet achteruit kon rijden, lukte het de SUV inderdaad om zonder schade uit het parkeervak te komen. De bestuurder zwaaide en riep: “Succes met die patjepeejer achter je.” Ik lach en steek mijn duim omhoog. “Komt goed!”

Mijn glimlach verdwijnt, achter de dikke Mercedes staan nu nog twee auto’s. Ze kunnen nergens heen want ik rijd niet door. Om echter vanuit mijn positie in het parkeervak te komen moest ik mijn autootje ofwel achteruit ofwel vooruit verplaatsen en insteken. Ik heb een geweldig monster, maar een Abarth 595 is geen Fiat 500 wat draaicirkels betreft. Deze auto heeft de draaicirkel van een vrachtwagen namelijk. Ik keek in de spiegel. De speknek knikte gemeen. Ik reed ietsje naar links om achteruit een draai te kunnen maken. De speknek trok meteen op tot vlak achter mijn bumper. Zijn geniepige grijns was een boosaardig.

Ik werd boos, mijn rood wit gespikkelde strik trok ik recht op mijn hoofd. “Oké speknek, dit gaat alleen maar op mijn manier!”. Ik stap uit en loop naar het raampje van de genieperd. “Luister, we kunnen dit op twee manier doen. Of je gaat een paar meter achteruit en laat mij netjes in dit parkeervak. Of ik schroei een gat door de plastic bumper van je overmatig grote hufterbak, welke je schijnbaar enkel nodig hebt om je te kleine onderdelen te compenseren want van je vriendelijke gezicht moet je het ook niet hebben.” “Doe je best.” Is alles wat het speknekzwijn zegt.

Een van de bestuurders achter de speknek is uitgestapt en vraagt wat het probleem is. Ik geef aan dat de nette meneer in de Mercedes weigert achteruit te rijden. De bestuurder kijkt naar de speknek en vraagt of hij ‘deze dame’ wil laten inparkeren. Speknek neemt een trek van zijn sigaar en blaast de wolk uit het raam. “Wat een teringlijer zeg”, zegt de bestuurder van de achterliggende auto tegen mij.

Ik voeg daad bij woord rijd achteruit, zo’n 20 centimeter, de kijkende man gaf precies aan tot hoe ver. De geniepige speknek schrok. “Ik zou maar uitkijken”, hoor ik de andere bestuurder tegen de speknek zeggen. “Ze heb geen achteruitrij bieperts in die wagen hoor.” Ik wacht even, stap uit en kijk naar mijn achterbumper welke nu een heel klein centimetertje van de bumper van de speknek staat.

Nu was het mijn beurt. Ik kijk de lelijke speknek uitdagend aan terwijl hij uit het raam hangt en een nieuwe wolk van zijn stinksigaar de lucht in blaast. Het achterlijke haar wappert de verkeerde kant op. “Hey speknek, ik zou een elastiekje in die vette dot met haar doen, dan wappert het niet zo, nu ziet iedereen dat je breinloze hoofd geen haar heeft.” Mijn gezicht verandert eveneens in een geniepige brede grijns en ik stap in mijn autootje. Ik weet dat er een gigantische serie knallen uit mijn uitaat komen als ik flink wat toeren maak. Ik had net een drie kwartier over de snelweg een beetje heen en weer gescheurd voor de fun en mijn Monster Black was flink heet. Ik besloot zo’n 5000 toeren te produceren en gaf een enorme dot gas. Een monsterlijke brul gevolgd door een giga knal schoten uit de uitlaat en ik voelde de knal dwars door de stoel. De man die stond te kijken sprong aan de kant en keek met open mond naar dat kleine ‘Fiatje’. Hij wees naar de bumper van de Mercedes.

Direct reed de speknek een stukje naar achter en spoot uit zijn hufterbak. Een mannetje met de afmeting van Danny de Vito. “Gut, heb je geen krukje nodig om in en uit je wagen te geraken?”, zei ik uitdagend gemeen tegen hem. Hij keek naar de voorzijde van zijn auto. Twee enorme roetplekken zaten links en rechts op zijn witte bumper. Ik maakte direct van de gelegenheid gebruik om nog eens een flinke knal te produceren, zo’n beetje tegen de gesteven naad van zijn polyester uitziende idioot overmatig glimmende C&A pak van aangemeten massakwaliteit.

Speknek ging voor de zekerheid aan de kant en ik reed iets vooruit, toen snel achteruit het parkeervak in. Het vrijgekomen extra metertje was voldoende. Keurig netjes in het midden van het overgrote parkeervak. De speknek veegde met zijn zakdoek over zijn bumper. “Kutwijf!” “Whatever, speknek, ik zou iets doorrijden, je blokkeert het pad.” Ik stapte uit, trok mijn jurkje naar beneden, bond mijn strik opnieuw vast en liep naar de entree. “Toedeloe speknek! Voordat je je neus snuit zou ik eerst die zakdoek schoonmaken”

print
Klik hieronder op de f om op Fb te delen
Winkelmandje
There are no products in the cart!
Subtotal
0,00
Total
0,00
0